‘Laat hem liggen,’ zei een stem.
Jimmy. Dat was de stem van Jimmy O’Feary, Freds vader.
‘Laat me eerst kijken of hij wat gebroken heeft.’
Tim probeerde zijn ogen te openen, maar het lukte niet.
‘Tim?’ Dat was Samir. ‘Tim, wat is er gebeurd?’
Hij voelde een paar handen op zijn enkel, zijn knie. Toen de andere enkel. Er was niks mis met zijn enkels. Het was zijn hoofd.
‘Godverdomme, Tim.’ William was er ook. ‘Als het je bedoeling was naar de verdommenis te springen, dan heb je het wel stom aangepakt.’
Wat nou? Tim was niet gesprongen. Hij had die drie passen niet gezet. Hij wilde het zeggen, maar de woorden kwamen niet. Wel gingen eindelijk zijn ogen open.

Hij zag de strakke gezichten van William en Jimmy, de bezorgde van Samir en Fred.
‘Tim,’ fluisterde Fred, ‘Tim, ben je gewond?’
Tim slikte. Verdomme, wat had hij een dorst.
‘Fred, Samir,’ zei hij hees, ‘wat is er gebeurd?’
‘Je bent van de klif gesodemieterd,’ antwoordde Fred.
Bleek sloot Tim zijn ogen. Hij probeerde overeind te komen. De hand van Jimmy hield hem tegen maar hij mepte hem weg en wendde zich af om in het grind te kotsen. Daarna trok hij zijn knieën op en leunde er met zijn hoofd tegenaan. Zijn bovenbeen deed pijn. Hij wreef erover.
‘Misselijk eiland,’ zei hij.
Samir reikte hem een flesje water aan. Dankbaar dronk hij een paar slokken. Toen keek hij over het water en zag de Tanden. ‘Dit is de Kathedraal niet.’
Weer hoorde hij William vloeken.
‘Kijk in mijn ogen,’ commandeerde Jimmy. Tim wist niet wat de zeeman erin zag, maar de vader van Fred had net zo’n grimmige blik als de waard.
Stap voor stap klommen William en Jimmy de schuine helling op met Tim tussen hen in. Toen ze weer boven op de rotswand stonden zette de kapitein Tim neer. Samir pakte de rugzak, die daar op de grond stond.
‘Kun je lopen? De auto is vlakbij.’
Hij zag dat Fred een beetje verbaasd naar haar vader keek toen ze zijn norse toon hoorde.  

De dokter wachtte hen op bij de deur van de herberg. ‘Ik zag jullie aankomen. Wat is er met hem aan de hand?’
‘Hij heeft een hoofdwond,’ zei Jimmy, ‘maar ik denk dat de oorzaak bij verdovende middelen ligt.’
Geschokt keek Tim de kapitein aan. Hij wilde het ontkennen, maar zijn stem weigerde. Hij sloot zijn ogen en rolde weg in de draaimolen van zijn hoofd.